Optimale informatie 'must' voor optimale hulpverlening
‘Enschede’, ‘Volendam’ en ‘Schiphol’ herinneren we ons als tragedies, maar ook waren het testcases voor de effectiviteit van de hulpverlening. Bij evaluatie van zulke calamiteiten blijkt hoe cruciaal de informatievoorziening is, zeker in de eerste chaotische minuten. Optimalisering daarvan is het doel van het project ‘Brandweer 100% mobiel’, een initiatief van Brandweer Nijmegen en Veiligheidsregio Kennemerland. Onder de vlag van het landelijke innovatieprogramma ‘Ruimte voor Geo-Informatie’ is de afgelopen jaren gewerkt aan het ontwikkelen van mobiele werkplekken voor brandweervoertuigen. Het project is onderscheiden met de Geo-Innovatie Award 2007 in de categorie ‘samenleving’. Op 24 april worden de resultaten, waarvoor intussen in het hele land grote belangstelling bestaat, op een congres gepresenteerd.
Bij het bestrijden van een brand spelen verschillende geografische (geo-)factoren een rol. Waar en in wat voor omgeving is de brand precies? Zijn er gevaarlijke stoffen in de buurt die een risico vormen voor brandweerpersoneel en omwonenden? Staat het pand vrij of zijn er belendende panden? Hoeveel mensen houden zich daar vermoedelijk op? Uit hoeveel verdiepingen bestaat het gebouw? Waar zijn de collega’s van de politie en waar staan de ambulances?
Veel van dergelijke informatie wordt nog altijd vanuit de 112-centrale via de mobilofoon doorgegeven aan de bevelvoerder op de brandweerwagen. Die wagen zit bovendien propvol boekwerken, voorschriften, rampenbestrijdingsplannen, bereikbaarheidskaarten en aanvalsplannen.
Het spreekt voor zich dat de bevelvoerder sneller een completer beeld van de situatie krijgt, als hij alle noodzakelijke informatie geïntegreerd en overzichtelijk van een pc-scherm kan aflezen. Een bijkomend voordeel is minder spraakverkeer en dus meer rust bij het uitrijden.
Het project ‘Brandweer 100% mobiel’ maakt een eind aan verwarrende gesprekken en haastig gezoek in papieren op de brandweerwagen. In plaats daarvan op elk moment tijdige, juiste, volledige en toegankelijke informatie op het computerscherm.
Anders dan veel projecten op het gebied van de openbare orde en veiligheid (oov) heeft het project van meet af aan een bottom-up karakter gehad. De gebruikersbehoefte stond voorop. Bovendien is direct gekozen voor samenwerking met gerenommeerde ict-partners in het oov-werkveld. De praktijk heeft al te vaak uitgewezen dat een gebruikersorganisatie onvoldoende is ingericht voor eigen ontwikkeling en beheer. De publiek-private opzet is in elk geval succesvol geweest.
Brand!
Als je 112 belt om een brand te melden, bepaalt het Meldkamer GIS (geografisch informatie systeem) welke eenheden van brandweer, politie en GHOR (ambulances) aan het incident worden ‘gekoppeld’. Dit gebeurt op basis van beschikbaarheid en routering. Alle voertuigen zijn uitgerust met een locator. Die stuurt als het voertuig onderweg is elke 20 seconden een kort signaal over zijn positie naar de meldkamer. Daarvoor is de locator verbonden met een gps-ontvanger.
Zodra de voertuigen zijn geselecteerd, worden ze gealarmeerd. De manschappen krijgen op hun pager een oproep en de gegevens van het incident worden naar het voertuig ‘geschoten’. De brandweerwagens zijn voorzien van pc’s, waarop intelligente navigatiesoftware draait, die weer gekoppeld is aan de locator. Het bericht van de meldkamer en de eigen positie kunnen zo worden bekeken.
De chauffeur van de brandweerwagen drukt, net als bij de populaire TomTom, op het scherm op de knop ‘zet als bestemming’ en het team kan uitrukken. In het geval van een opgebroken rijweg krijgt de chauffeur de melding dat hij om de stremming heen wordt geloodst, met opgave van de extra tijd die daarmee is gemoeid.
Tablet pc
De bevelvoerder heeft een eigen, uitneembare tablet pc, waarop hij de gegevens van het incident heeft ontvangen en kaarten en informatiebronnen kan raadplegen om zijn inzet voor te bereiden.
Is sprake van een risicovol object, dan kan hij beschikken over een digitale bereikbaarheidskaart, waarop onder meer de locatie van gevaarlijke stoffen en de plek waar het voertuig moet worden opgesteld zijn ingetekend. Deze gegevens worden vooraf verzameld en in kaart gebracht. Van gevaarlijke stoffen kan hij snel de kenmerken opzoeken.
Gaat het om een incident met voertuigen, dan heeft de bevelvoerder via zijn tablet pc de beschikking over het zogenaamde Crash Recovery Systeem. Dit systeem kan op basis van een kenteken het type auto opzoeken en de mogelijke risico’s voor hulpverleners en slachtoffers aangeven. Bij het bevrijden van een slachtoffer is het onder meer noodzakelijk te weten waar de accu zit, hoe lang de accuspanning behouden blijft en waar verstevigingbalken zitten, om de auto snel en met een minimum aan gevaar te kunnen openen.
Het navigatiedeel van het systeem wordt al in zo’n dertig grote en middelgrote brandweerkorpsen in Nederland gebruikt. Binnenkort gaan zij over tot het implementeren van een tablet pc met daarop de bevelvoerdersmodule.
Hoge eisen
Het gaat al met al om een complexe ict-omgeving, met hoge eisen aan beschikbaarheid, betrouwbaarheid, robuustheid en kwaliteit van informatie.
Drie soorten gegevens leveren een bijdrage aan de besluitvorming van de bevelvoerder.
Allereerst een set van basiskaarten en basisinformatie. Het gaat onder andere om wegenbestand, luchtfoto’s en brandkranen en de databases adressen, gebouwen, eigenaren, personen, bedrijven, kentekens. Dit zijn semi-statische bestanden, die periodiek worden verzameld uit de database van de gemeente.
Een tweede soort informatie wordt gevormd door brandweer-eigen gegevens: rampenbestrijdingsplannen, digitale bereikbaarheidskaarten en aanvalsplannen. Aanvalsplannen zijn op bouwtekeningen gebaseerde verdiepingstekeningen van gebouwen. Per verdieping zijn vluchtroutes, brandblussers enz. ingetekend. Ook deze gegevens worden in een maandelijkse update van de voertuigen verwerkt.
Het laatste type gegevens is de dynamische informatie: informatie die gedurende de bestrijding van de calamiteit wordt gegenereerd. Het gaat om gegevens over de melding, over bijvoorbeeld een gasmal (een gebied waarover giftige stoffen zich door de lucht verplaatsen en dat een risico vormt voor de bevolking), of een tekening die de bevelvoerder op zijn tablet pc maakt over zijn inzet. Deze informatie wordt gedeeld met alle ‘gekoppelde’ voertuigen, door middel van draadloze communicatie via het Mobitex-netwerk. Dit is een zeer betrouwbaar radionetwerk, dat bij overbelasting van het gsm-netwerk geen risico loopt.
Distributiemodel
Binnen de scoop van het project ‘Brandweer 100% mobiel’ past het om deze kaarten en databases lokaal te ontsluiten. Bij deelname van meer gemeenten is dit model van informatie-uitwisseling echter niet meer praktisch. De meldkamers zullen een steeds prominentere rol gaan spelen in de informatievoorziening bij crisisbestrijding. Zij zullen een distributiemodel moeten gaan opzetten voor het beschikbaar stellen van alle noodzakelijke informatie aan de verschillende voertuigen.
Een ander project, GDI4R&C (GeoData Infrastructuur voor Rampenbestrijding en Crisisbeheer), zal zorgen voor de landelijke ontsluiting van (voorlopig) een dertigtal kaarten en bestanden via webservices. Het is voor regionale rampenbestrijdingsorganisaties nog altijd een heksentoer om alle benodigde regionale geo-informatie ter beschikking te krijgen. Via een landelijk netwerk van services zal dit in de nabije toekomst wel kunnen.
Na ‘Enschede’, ‘Volendam’ en ‘Schiphol’ mag het niet meer voorkomen dat hulpdiensten niet over de juiste, op maat gesneden (geo)informatie kunnen beschikken. Immers: alleen dan kunnen ze adequaat opereren.
‘Enschede’, ‘Volendam’ en ‘Schiphol’ herinneren we ons als tragedies, maar ook waren het testcases voor de effectiviteit van de hulpverlening. Bij evaluatie van zulke calamiteiten blijkt hoe cruciaal de informatievoorziening is, zeker in de eerste chaotische minuten. Optimalisering daarvan is het doel van het project ‘Brandweer 100% mobiel’, een initiatief van Brandweer Nijmegen en Veiligheidsregio Kennemerland. Onder de vlag van het landelijke innovatieprogramma ‘Ruimte voor Geo-Informatie’ is de afgelopen jaren gewerkt aan het ontwikkelen van mobiele werkplekken voor brandweervoertuigen. Het project is onderscheiden met de Geo-Innovatie Award 2007 in de categorie ‘samenleving’. Op 24 april worden de resultaten, waarvoor intussen in het hele land grote belangstelling bestaat, op een congres gepresenteerd.
Bij het bestrijden van een brand spelen verschillende geografische (geo-)factoren een rol. Waar en in wat voor omgeving is de brand precies? Zijn er gevaarlijke stoffen in de buurt die een risico vormen voor brandweerpersoneel en omwonenden? Staat het pand vrij of zijn er belendende panden? Hoeveel mensen houden zich daar vermoedelijk op? Uit hoeveel verdiepingen bestaat het gebouw? Waar zijn de collega’s van de politie en waar staan de ambulances?
Veel van dergelijke informatie wordt nog altijd vanuit de 112-centrale via de mobilofoon doorgegeven aan de bevelvoerder op de brandweerwagen. Die wagen zit bovendien propvol boekwerken, voorschriften, rampenbestrijdingsplannen, bereikbaarheidskaarten en aanvalsplannen.
Het spreekt voor zich dat de bevelvoerder sneller een completer beeld van de situatie krijgt, als hij alle noodzakelijke informatie geïntegreerd en overzichtelijk van een pc-scherm kan aflezen. Een bijkomend voordeel is minder spraakverkeer en dus meer rust bij het uitrijden.
Het project ‘Brandweer 100% mobiel’ maakt een eind aan verwarrende gesprekken en haastig gezoek in papieren op de brandweerwagen. In plaats daarvan op elk moment tijdige, juiste, volledige en toegankelijke informatie op het computerscherm.
Anders dan veel projecten op het gebied van de openbare orde en veiligheid (oov) heeft het project van meet af aan een bottom-up karakter gehad. De gebruikersbehoefte stond voorop. Bovendien is direct gekozen voor samenwerking met gerenommeerde ict-partners in het oov-werkveld. De praktijk heeft al te vaak uitgewezen dat een gebruikersorganisatie onvoldoende is ingericht voor eigen ontwikkeling en beheer. De publiek-private opzet is in elk geval succesvol geweest.
Brand!
Als je 112 belt om een brand te melden, bepaalt het Meldkamer GIS (geografisch informatie systeem) welke eenheden van brandweer, politie en GHOR (ambulances) aan het incident worden ‘gekoppeld’. Dit gebeurt op basis van beschikbaarheid en routering. Alle voertuigen zijn uitgerust met een locator. Die stuurt als het voertuig onderweg is elke 20 seconden een kort signaal over zijn positie naar de meldkamer. Daarvoor is de locator verbonden met een gps-ontvanger.
Zodra de voertuigen zijn geselecteerd, worden ze gealarmeerd. De manschappen krijgen op hun pager een oproep en de gegevens van het incident worden naar het voertuig ‘geschoten’. De brandweerwagens zijn voorzien van pc’s, waarop intelligente navigatiesoftware draait, die weer gekoppeld is aan de locator. Het bericht van de meldkamer en de eigen positie kunnen zo worden bekeken.
De chauffeur van de brandweerwagen drukt, net als bij de populaire TomTom, op het scherm op de knop ‘zet als bestemming’ en het team kan uitrukken. In het geval van een opgebroken rijweg krijgt de chauffeur de melding dat hij om de stremming heen wordt geloodst, met opgave van de extra tijd die daarmee is gemoeid.
Tablet pc
De bevelvoerder heeft een eigen, uitneembare tablet pc, waarop hij de gegevens van het incident heeft ontvangen en kaarten en informatiebronnen kan raadplegen om zijn inzet voor te bereiden.
Is sprake van een risicovol object, dan kan hij beschikken over een digitale bereikbaarheidskaart, waarop onder meer de locatie van gevaarlijke stoffen en de plek waar het voertuig moet worden opgesteld zijn ingetekend. Deze gegevens worden vooraf verzameld en in kaart gebracht. Van gevaarlijke stoffen kan hij snel de kenmerken opzoeken.
Gaat het om een incident met voertuigen, dan heeft de bevelvoerder via zijn tablet pc de beschikking over het zogenaamde Crash Recovery Systeem. Dit systeem kan op basis van een kenteken het type auto opzoeken en de mogelijke risico’s voor hulpverleners en slachtoffers aangeven. Bij het bevrijden van een slachtoffer is het onder meer noodzakelijk te weten waar de accu zit, hoe lang de accuspanning behouden blijft en waar verstevigingbalken zitten, om de auto snel en met een minimum aan gevaar te kunnen openen.
Het navigatiedeel van het systeem wordt al in zo’n dertig grote en middelgrote brandweerkorpsen in Nederland gebruikt. Binnenkort gaan zij over tot het implementeren van een tablet pc met daarop de bevelvoerdersmodule.
Hoge eisen
Het gaat al met al om een complexe ict-omgeving, met hoge eisen aan beschikbaarheid, betrouwbaarheid, robuustheid en kwaliteit van informatie.
Drie soorten gegevens leveren een bijdrage aan de besluitvorming van de bevelvoerder.
Allereerst een set van basiskaarten en basisinformatie. Het gaat onder andere om wegenbestand, luchtfoto’s en brandkranen en de databases adressen, gebouwen, eigenaren, personen, bedrijven, kentekens. Dit zijn semi-statische bestanden, die periodiek worden verzameld uit de database van de gemeente.
Een tweede soort informatie wordt gevormd door brandweer-eigen gegevens: rampenbestrijdingsplannen, digitale bereikbaarheidskaarten en aanvalsplannen. Aanvalsplannen zijn op bouwtekeningen gebaseerde verdiepingstekeningen van gebouwen. Per verdieping zijn vluchtroutes, brandblussers enz. ingetekend. Ook deze gegevens worden in een maandelijkse update van de voertuigen verwerkt.
Het laatste type gegevens is de dynamische informatie: informatie die gedurende de bestrijding van de calamiteit wordt gegenereerd. Het gaat om gegevens over de melding, over bijvoorbeeld een gasmal (een gebied waarover giftige stoffen zich door de lucht verplaatsen en dat een risico vormt voor de bevolking), of een tekening die de bevelvoerder op zijn tablet pc maakt over zijn inzet. Deze informatie wordt gedeeld met alle ‘gekoppelde’ voertuigen, door middel van draadloze communicatie via het Mobitex-netwerk. Dit is een zeer betrouwbaar radionetwerk, dat bij overbelasting van het gsm-netwerk geen risico loopt.
Distributiemodel
Binnen de scoop van het project ‘Brandweer 100% mobiel’ past het om deze kaarten en databases lokaal te ontsluiten. Bij deelname van meer gemeenten is dit model van informatie-uitwisseling echter niet meer praktisch. De meldkamers zullen een steeds prominentere rol gaan spelen in de informatievoorziening bij crisisbestrijding. Zij zullen een distributiemodel moeten gaan opzetten voor het beschikbaar stellen van alle noodzakelijke informatie aan de verschillende voertuigen.
Een ander project, GDI4R&C (GeoData Infrastructuur voor Rampenbestrijding en Crisisbeheer), zal zorgen voor de landelijke ontsluiting van (voorlopig) een dertigtal kaarten en bestanden via webservices. Het is voor regionale rampenbestrijdingsorganisaties nog altijd een heksentoer om alle benodigde regionale geo-informatie ter beschikking te krijgen. Via een landelijk netwerk van services zal dit in de nabije toekomst wel kunnen.
Na ‘Enschede’, ‘Volendam’ en ‘Schiphol’ mag het niet meer voorkomen dat hulpdiensten niet over de juiste, op maat gesneden (geo)informatie kunnen beschikken. Immers: alleen dan kunnen ze adequaat opereren.